VOOR ONS TOCH WEL?

jan 22, 2016 geen reacties

Een vrouw van begin 50 wordt onverwacht ernstig ziek. Zo ernstig dat zij een paar weken na de eerste klachten overlijdt. Een verwoestende vorm van kanker. De vrouw en haar man hebben nauwelijks gelegenheid om afscheid van elkaar te nemen en dingen naar elkaar uit te spreken die zij elkaar nog willen zeggen. In sneltreinvaart glijdt de vrouw steeds verder weg, afgewisseld met korte oplevingen.

Haar man probeert, bijgestaan door enkele naaste familieleden, de stroom van steun en belangstelling te kanaliseren. Dat lukt nauwelijks. Sommige bekenden komen op goed geluk naar het ziekenhuis waar de vrouw ligt, hopend op een moment dat zij wakker en aanspreekbaar is. Zij staan voor een ruitje van de intensive care enthousiast te zwaaien naar de vrouw die eventjes half ontwaakt. “Kijk eens, lieverd! Hier zijn we voor je hoor!” Balancerend tussen werkelijkheid en een door morfine gevoede schemertoestand gebaart zij naar de bekenden: kom maar binnen. Emotionele begroeting en gesprekken volgen. Haar man ziet het aan en grijpt niet in. Hij kan het niet. Weet ook niet of en hoe hij dat zou moeten doen. Na een uur glijdt de vrouw weer steeds verder weg in haar verdovingsslaap.

Uren gaan voorbij waarin de man aan haar bed staat en geen woord met zijn vrouw kan wisselen. Dan weer een korte opleving. Alleen korte praktische vragen: “Begraven of cremeren? En waar?” Meer ruimte voor gesprek is er niet want zijn vrouw zakt alweer weg. In een andere opleving ziet zijn vrouw weer schimmen die voor het ruitje van de intensive care staan te zwaaien. En weer gebaart zij verdwaasd: kom maar binnen. Tegen één van de bezoekers maakt haar man een opmerking: “Hou het kort, ze kan zo weinig hebben.” De bezoeker legt een hand op de schouder van de man en zegt: “Ja, natuurlijk kan zij niet iedereen meer zien. Maar voor ons is er toch wel even gelegenheid? Kijk haar eens stralen!”

Zo gaan de laatste dagen van de vrouw voorbij. Als zij overleden is, blijft haar man met tal van vragen zitten die hij haar had willen stellen, dingen die hij tegen haar had willen zeggen. Van de bekenden die voor het raampje van de intensive care hebben staan zwaaien naar zijn vrouw, hoort hij al gauw na haar overlijden niets meer.

Mensen

About the author

Floris Bijlsma (1973). Jarenlang werkzaam op diverse afdelingen in de klinische psychiatrie. Daarnaast actief als freelance journalist. Voorheen redacteur van India Nu, het enige Nederlandstalige tijdschrift over India. Publicaties: Hub'dulü, verwarring en verwondering in Azië (2003); Iedereen heeft wel wat (2010); Impact van suïcide op GGz-medewerkers (2012); In de psychiatrische kliniek, anekdotes uit de GGz (2013); India Nu, artikelen 2000-2015, Landelijke India Werkgroep (2016); Made in... De Bilt, artikelen voor de Biltse krant De Vierklank 2013-2014 (2016).
nog geen reacties op “VOOR ONS TOCH WEL?”

reageer