PRODUCEREN

nov 20, 2015 geen reacties

Er ging een proces van jaren aan vooraf waarbij telkens bleek dat mijn geliefde geen hormonen verdraagt. De pil, een spiraal, allemaal niks. Twee keer was het spiraal zelfs losgeraakt, wat ik als man dan wel weer een stoer idee vond. Maar dat ter zijde. Die lichamelijke klachten door de hormonen zijn natuurlijk allemaal aanstellerij, zei ik telkens tegen mijn geliefde om haar te steunen. Gewoon kiezen op elkaar, het is voor het goede doel.

Maar het was menens. Goed. Dan ben ik aan zet. Knoop erin. Sterilisatie. Klaar. Daar hebben we vaak en lang over gesproken en goed over nagedacht. Dat is dan de meest logische volgende stap. Maar wat als we nou alsnog kinderen willen?

Sperma invriezen. Dat gaat met temperaturen gepaard waarbij je gemakkelijk een Elfstedentocht kan rijden in de Sahara als daar water zou zijn. Een deel van de ingevroren zaadcellen sterft daarbij ook af, maar de kans is groot dat er in elk geval wat levends bij zit.

Daar gaan we voor. We hebben de huisarts en een uroloog gesproken. En een plek gevonden waar het mogelijk is om zaadcellen in te laten vriezen. We hebben daar een afspraak gemaakt waarbij in correspondentie met omslachtige formuleringen werd uitgelegd dat ik mij ter plekke dien af te trekken en dan vers ‘geproduceerde’ zaadcellen kan inleveren. Ik hou voor ogen wat een lichamelijke klachten mijn geliefde heeft doorstaan om alle mogelijke anticonceptie uit te proberen. Daarbij valt de klinische setting waarin ik mijn manlijkheid moet bewijzen, in het niet. Vooruit. Schaamte overwonnen. Afspraak gemaakt.

Een vriendelijke twijfelnicht geeft ons zakelijk en kundig uitleg over alle regelgeving omtrent invriezen en eventueel gebruik maken van de zaadcellen. Ik probeer gedachten te onderdrukken dat deze man in een leren setje en een masker over zijn hoofd thuis rondloopt terwijl hij billenkoek krijgt van zijn stiekeme vriend. Helaas moet ik er daarom juist meer aan denken. Ik vraag me af of die gedachte mijn zaadproductie ten goede komt, juist nu dat zo belangrijk is. Zou er al onderzoek zijn gedaan naar het effect van de persoon die je te woord staat op de kwaliteit van dat zaad, juist voordat je het dient te produceren? De twijfelnicht maakt terloops een grapje om de sfeer ontspannen te houden. Daarbij giechelt hij op een manier waardoor ik nog meer storende visioenen over deze man krijg. Ik schakel de gedachten uit. Hij wil – terecht – vooral weten of we er wel goed over hebben nagedacht. Ja, concludeert hij, als wij antwoord hebben gegeven op zijn vragen.

Goed dan. Aan de slag.

Een verdieping naar beneden. Daar wordt bloed geprikt. Dat is belangrijk want uit bloedonderzoek kan blijken dat ik besmettelijke ziektes bij mij draag zoals hepatitis of HIV. In dat geval kunnen mijn zaadcellen natuurlijk niet tegelijk ingevroren worden met gezonde cellen van een ander. De twijfelnicht brengt mijn geliefde en mij naar een verpleegkundige. Ik verwacht dat eerst bloed wordt afgenomen, maar ik krijg een potje in mijn handen geduwd van die verpleegkundige zonder verder commentaar maar wel een brede grijs waar ik uit eigen beweging uit opmaak: nu ben ik aan zet. “U kunt in een van de twee kamertjes achter het scherm semen produceren.”

Juist ja. Dank u.

Mijn geliefde en ik lopen de spreekkamer uit. Zij zegt: “Succes!” Een gemoedelijk schouderklopje. Hmm, oké. Ik had ergens in mijn hoofd dat wij samen deze intieme handeling zouden doorstaan. Tegelijk bedenk ik dat ik ook niet altijd ben meegegaan als er een gynaecologisch onderzoek was voor het een of ander. Nu dus niet zeuren. Bovendien: seksuologen zeggen altijd dat je de meest intensieve seksuele relatie met niemand anders hebt dan met jezelf. Daar is dit dan zo’n moment van.

Met het plastic potje in de hand loop ik naar het kamerscherm dat de verpleegkundige heeft aangewezen. Daarachter zijn inderdaad twee kamers die allebei leeg zijn. De kamer daar weer naast is – zie ik in mijn ooghoek – de koffiekamer voor personeel. In de rechter kamer die ik kies, staat een comfortabele stoel, een wastafel met tissues en plastic matjes om op de stoel te leggen voordat je daar met de blote kont op gaat zitten, een prullenbak waar proppen tissues uit steken, een televisie met dvd-speler, en daarachter op de verwarming een stapel dvd’s. Ik neem de ruimte in mij op, probeer mij die eigen te maken, mij er thuis te voelen. De dvd’s zijn pornofilms. Bij nadere studie van de hoesjes blijkt het te gaan om films van minstens twintig of dertig jaar geleden. Uit de oude doos zogezegd.

Ik ben mij nu erg bewust van de taak die ik heb: zaadcellen produceren en liefst daar niet al te lang over doen. Er zijn mensen die wachten tot ik mijn klus heb geklaard. Ik probeer daarom alles uit te schakelen en alleen te bedenken hoe ik zo snel mogelijk opgewonden kan raken of in elk geval een erectie kan krijgen. Ik bedenk hoe mijn geliefde in de wachtruimte zit en berichten op de website van de NOS leest. Over vluchtelingen in Europa bijvoorbeeld. Intussen doe ik mijn broek los en haal ik mijn slappe geslacht tevoorschijn. Het potje van de verpleegkundige heb ik in mijn andere hand. Ik realiseer mij dat er nog veel moet gebeuren voordat ik in staat zal zijn om daar zaadcellen in te deponeren.

Ik zet de televisie en de dvd-speler aan en de film gaat verder waar een voorganger deze heeft stopgezet. Het is duidelijk een oude film, met slecht, fel licht maar met op zich mooie vrouwen die elkaars geslachten intens betasten. Ik dwing mijzelf om mij daarop te concentreren. Pas als dat enigszins lukt, is de scène onverwacht afgelopen. Met mijn halfharde geslacht in de hand wacht ik af wat de volgende scène brengen zal. Maar er verschijnt met grote letters in beeld: THE END. Goddomme. Met mijn broek op de enkels en mijn halfharde geslacht dat naar voren wijst, sta ik op en ga op zoek naar de afstandsbediening. Die zet ik op PLAY waarna de hele film weer opnieuw begint.

Het is weer een scène met twee vrouwen, slecht licht maar verder niet onsmakelijk. Nu krijg ik het gevoel goed in de scène te komen en in gedachten een soort van aanwezig te zijn bij de twee dames terwijl zij knuffelen. De scène gaat verder, dit gaat goed. Een van de twee vrouwen doet haar slipje omlaag en daar zie ik totaal onverwacht een penis verschijnen. Ik ben geschokt en alle lust stroomt uit mij weg. Ik verwijt mijzelf bekrompenheid: een vrouw met een penis, wat is daar nou op tegen eigenlijk? Maar voor sociaal correct gedrag ben ik hier nu even niet, geloof ik. Ik heb een opdracht, namelijk zaadcellen produceren en ik moet zeggen dat ze het me wel verdomd moeilijk maken zo. Eerst die twijfelnicht, toen de film afgelopen, en nu een manvrouw in beeld.

Weer met de broek op de enkels strompel ik naar de televisie en de afstandbediening. Ik zap voor de zekerheid een paar scènes door. Geen gedonder meer nu. Terwijl ik opnieuw probeer mij te concentreren op de film, hoor ik twee kamers verderop personeel de koffiekamer in gaan. Tijd voor bammetjes en karnemelk. Een glas valt. Ik hoor de twijfelnicht schaterlachen. Ik overweeg een moment om met de broek op de enkels verhaal te gaan halen in de koffiekamer: is het nou verdomme afgelopen?! Maar ik zie daarvan af. Ik kan mij nu geen verdere afleiding veroorloven. Het duurt allemaal al veel te lang zo.

De film. Ik beland bij een scène met een kale man met een baard en overal tattoos en een vrouw die kolossale, bijna vierkante borsten heeft waar zoveel chemische siliconen in moeten zitten dat de meltdown in de kerncentrale van het Japanse Fukushima erbij in het niet valt. Afgrijselijk eigenlijk, maar ik ben al lang blij dat het dit keer gaat om een vrouw met een vagina en een man met een penis die ook nog van plan lijken over te gaan tot penetratie. Heerlijk burgerlijk.

Ik zie dat ik van de kille, steriele omgeving warempel kippenvel heb gekregen. Ik denk aan mijn geliefde die waarschijnlijk nog altijd berichtjes op de website van de NOS aan het lezen is. Of misschien verontschuldigt zij zich bij de balie: zo lang doet hij er anders nooit over. Was ze maar hier bij mij. Konden we maar heerlijk de liefde bedrijven. Dan hult zich al gauw de mij omringende, zo storende wereld in mist en volbreng ik eindelijk de missie waar ik hier voor gekomen ben: zaadcellen produceren in een potje. Taak volbracht.

Mensen

About the author

Floris Bijlsma (1973). Jarenlang werkzaam op diverse afdelingen in de klinische psychiatrie. Daarnaast actief als freelance journalist. Voorheen redacteur van India Nu, het enige Nederlandstalige tijdschrift over India. Publicaties: Hub'dulü, verwarring en verwondering in Azië (2003); Iedereen heeft wel wat (2010); Impact van suïcide op GGz-medewerkers (2012); In de psychiatrische kliniek, anekdotes uit de GGz (2013); India Nu, artikelen 2000-2015, Landelijke India Werkgroep (2016); Made in... De Bilt, artikelen voor de Biltse krant De Vierklank 2013-2014 (2016).
nog geen reacties op “PRODUCEREN”

reageer