Oeganda 7: GOD ALS BIJRIJDER

dec 24, 2015 geen reacties

Mozes is een devoot christen. Boven zijn hoofd in de bestuurscabine van zijn vrachtwagen bungelt een glimmende hanger met de tekst: God is great. Hij heeft niets te doen. Maar achter hem in de laadruimte is het een drukte van belang. Acht mannen laden zakken meel uit. Zeven van hen lopen per toerbeurt met een zak van 50 kilo op het hoofd van de vrachtwagen naar een pakhuis in de straat. De achtste man staat in het laadruim en schuift de zakken zo naar buiten dat de andere zeven mannen ze eenvoudig op het hoofd kunnen schuiven. Gaandeweg raken de acht mannen steeds meer ondergepoederd door het meel. Een lokaal radiostation zendt de ‘Heilige Honderd’ uit, een lijst van gospelsongs waar luisteraars op hebben kunnen stemmen. Mozes zingt en klapt mee.

Mozes rijdt heen en weer tussen de Oegandese hoofdstad Kampala en Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. In het centrum van Kampala laadt hij de vrachtwagen vol goederen op bestelling uit Juba. Op de weg terug naar Oeganda zit de laadbak vol mensen. Busvervoer is ontoereikend in het gebied. Daarom reizen veel mensen in de laadbak van een vrachtwagen. In de stad Gulu in het noorden van Oeganda moeten de mensen uit de laadbak en verder met bussen als ze door willen naar andere bestemmingen. In Gulu gaat de laadbak vol met voedsel zoals meel dat boeren in het noorden produceren. Daarmee rijdt hij terug naar Kampala. Een paar dagen per maand is Mozes in Kampala, maar verder is hij altijd onderweg. Als de vrachtwagen uit- en weer ingeladen wordt, heeft hij even rust. Hij kan dan bijslapen in zijn bestuurscabine.

Uitladen van de zakken meel is zwaar werk, maar betrekkelijk eenvoudig. Inladen is veel complexer. Vaak heeft Mozes een lading van zeer uiteenlopende spullen voor verschillende afnemers in Zuid-Soedan. Er zijn mensen die precies weten hoe je een vrachtwagen zo vol mogelijk kan laden zonder dat er loze ruimtes ontstaan. En waarbij de lading evenwichtig is verdeeld zodat de truck niet in een bocht omkiepert omdat teveel zware lading aan één kant zit. Dat is een vak apart. Die mensen sturen vele dragers aan die lading naar de vrachtwagen brengen en het voertuig inladen. Met touwen binden de mannen de dozen en pakketten per segment aan elkaar zodat er geen lading los kan rammelen. Vooral ten noorden van Gulu zijn de wegen slecht. Daarom moet de lading goed vastzitten. Rondom de vrachtwagens scharrelen mannen met rollen tape om sommige dozen extra stevigheid te geven zodat ze niet kunnen openscheuren onderweg. Het geluid van afrollend en afscheurend tape is dan ook overal te horen te midden van geroezemoes en schelle orders die klinken door de straat.

Mozes heeft niets te maken met het in- en uitladen van zijn vrachtwagen. Hij rust uit en praat bij met bevriende chauffeurs. Standaard gaat dat over de gebrekkige veiligheid in Zuid-Soedan. Er is wel veel verbeterd sinds het jonge land onafhankelijk werd, maar het is nog altijd instabiel. Regelmatig worden vrachtwagens er overvallen en geplunderd door bendes. De chauffeur heeft geluk als hij dat overleeft en zijn vrachtwagen mag houden. Op de terugweg uit Juba heeft Mozes een uitgebrande vrachtwagen gezien die is aangevallen. Een bende wilde mensen in het laadruim beroven. Het liep uit de hand toen mensen in het laadruim zich probeerden te verdedigen. De bende gooide granaten tussen de mensen en zij schoten dood wie probeerde te ontkomen. Vorige maand zag Mozes in Zuid-Soedan een zwaar bewaakt konvooi van zo’n zeventig witte tanks van de Verenigde Naties op vrachtwagens. Het legeronderdeel werd overgeplaatst vanuit Congo waar het al een tijdje relatief rustig is. Zo’n legeronderdeel is natuurlijk goed bedoeld maar volstrekt onvoldoende om de wetteloosheid in Zuid-Soedan terug te dringen.

Voor chauffeurs als Mozes blijven de reizen naar Juba en weer terug daarom voorlopig erg gevaarlijk. Hij haalt er zijn schouders over op. Hij heeft tenminste werk. En hij vindt dat hij de beste bijrijder heeft die hij zich kan wensen, wijzend op de kitscherige hanger boven zijn hoofd: God is great.

 

916

Centraal Kampala. Vrachtwagens laden en lossen handelswaar bij pakhuizen.

921

Bij het laden en lossen zijn allerlei verschillende mensen betrokken, elk vanuit hun eigen specifieke rol.

919

Van het zware werk moeten de sjouwers natuurlijk ook uitrusten.

271

Verkeer in Oeganda is niet bijzonder gevaarlijk.

Maar het is toch een prettige gedachte dat de Almachtige zorgt voor de veiligheid van alle weggebruikers, inclusief rijschoolhouders en hun leerlingen.

764

Kleine vrachtwagen met passagiers in de achterbak op weg door het noorden van Oeganda.

 

 

Mensen

About the author

Floris Bijlsma (1973). Jarenlang werkzaam op diverse afdelingen in de klinische psychiatrie. Daarnaast actief als freelance journalist. Voorheen redacteur van India Nu, het enige Nederlandstalige tijdschrift over India. Publicaties: Hub'dulü, verwarring en verwondering in Azië (2003); Iedereen heeft wel wat (2010); Impact van suïcide op GGz-medewerkers (2012); In de psychiatrische kliniek, anekdotes uit de GGz (2013); India Nu, artikelen 2000-2015, Landelijke India Werkgroep (2016); Made in... De Bilt, artikelen voor de Biltse krant De Vierklank 2013-2014 (2016).
nog geen reacties op “Oeganda 7: GOD ALS BIJRIJDER”

reageer