HET HUIS HUILT

aug 21, 2015 geen reacties

Bij leven was Rudolf altijd een groot bezinner. Met een depressieve inslag als welhaast logisch gevolg. Hij lag in een constante worsteling met zijn getob over alles waar je maar over tobben kan. Dat maakte hem kwetsbaar: hij kon nergens van op aan en twijfelde aan alles. Maar het maakte hem net zo krachtig: hij nam niets voor zoete koek aan. Kwetsbaarheid en kracht liggen zo dicht bij elkaar.

Rond zijn zeventigste verjaardag werd bij Rudolf Alzheimer geconstateerd. Oké dan. Nu had hij nog meer om over te tobben: zijn afnemende geestelijke vermogens en hoe dat dan allemaal verder moest. Alsof het allemaal nog niet genoeg was. Iedereen om Rudolf heen, zijn vrouw Eline voorop, voorzag een geleidelijke aftakeling van zijn geestelijke vermogens die voor een deel al was ingezet. Eline hing overal in huis briefjes op met wat hij wel en niet moest doen om hem op het juiste spoor te houden. Zij belde hem van haar werk vaak op om even haar stem te laten horen: het is allemaal oké, lieve Rudolf, ik denk aan je. Hij belde haar ook geregeld op en de boodschap was dan min of meer: ik weet het even niet meer.

Zo vond Eline na haar werk wel eens borden die Rudolf had afgewassen, in de koelkast in plaats van in de kast. Maar hé: dat had Rudolf goed gedaan, want dat zou iedereen eens moeten doen. Voel eens hoe lekker koel de borden dan aanvoelen, je zult versteld staan! Rudolf’s afnemende krachten gaven hem en Eline ook ervaringen die zij nooit eerder hadden gehad, dingen om verwonderd over te staan, een verrijking van het leven dat soms al zo bekend is als je nooit eens iets anders doet dan het vertrouwde, zoals de borden in de koelkast zetten en dan een paar uur later de frisse kou ervan voelen.

Ondanks alle warme liefde van Eline, Rudolf’s kinderen en kleinkinderen en hun wil om altijd voor hem bereikbaar en beschikbaar te zijn, was het toch in toenemende mate zwaar voor hen om hem langzaamaan te zien afglijden. Er was niet veel aan te doen. Het zou alleen maar zo verder gaan op het pad waarvan het einde bekend is: totale aftakeling en geen flauw benul meer van wie Eline is, wie zijn kinderen en kleinkinderen zijn. Evenmin als de werkelijkheid van een zware storm in een bos is te ontkennen, was ook deze aftakeling van Rudolf te ontkennen. In warme liefde en gepaste stilte legde iedereen zich dan ook neer bij het onvermijdelijke. Het ingeslagen pad was onomkeerbaar.

Maar dan toch de knik, de verrassing.

Rudolf viel in huis terwijl Eline aan het werk was. Lage bloeddruk door een aantal ontstekingen in zijn lijf en daardoor flauwte en daar lag hij. Ergens tegenaan gevallen. Glas en bloed om hem heen toen Eline thuiskwam van haar werk. Snel naar het ziekenhuis. De behandeling van wat er dan ook loos was, leek eerst nog aan te slaan. Maar helaas, die opleving was van korte duur. Complicaties van zijn toestandsbeeld maakten al snel duidelijk dat hij niet lang meer te leven had. Een paar dagen na zijn val overleed hij in het ziekenhuis.

Rudolf kwam thuis na zijn overlijden. In een houten kist waar de deksel met mooie tekeningen en liefdevolle teksten van zijn geliefde Eline, kinderen en kleinkinderen naast stond. Door een glazen plaat was te zien dat de Rudolf die iedereen bij leven kende, al vertrokken was uit de wereld en zijn plaats had ingenomen in die van de herinnering aan een liefhebbend, bezinnend mens.

Op een avond die week, Eline was alleen thuis met Rudolf in de kist, barstte spontaan de waterleiding bij de wasmachine boven. Eline zei later: er kwam zoveel water uit die buis, je kon eronder douchen als je wilde, het water liep de trap af. Ze belde de loodgieter, vertelde wat er gebeurd was en zei er voor de goede orde ook maar bij dat als hij zou arriveren, hij moest weten dat in de woonkamer de kist met daarin Rudolf zou staan. Om de loodgieter maar niet voor onverwachte verrassingen te laten staan. En stiekem om de urgentie aan te geven: ik zit hier met mijn overleden echtgenoot, dus schiet een beetje op, water dat van de trap naar beneden komt, kan ik er éven niet bij hebben.

De loodgieter kwam al snel. Hij nam de situatie in zich op, bekeek de kist met daarin Rudolf, zag de ontredderde Eline. Hij vatte samen: “Mevrouw, het huis huilt om uw overleden echtgenoot.”

 

Mensen

About the author

Floris Bijlsma (1973). Jarenlang werkzaam op diverse afdelingen in de klinische psychiatrie. Daarnaast actief als freelance journalist. Voorheen redacteur van India Nu, het enige Nederlandstalige tijdschrift over India. Publicaties: Hub'dulü, verwarring en verwondering in Azië (2003); Iedereen heeft wel wat (2010); Impact van suïcide op GGz-medewerkers (2012); In de psychiatrische kliniek, anekdotes uit de GGz (2013); India Nu, artikelen 2000-2015, Landelijke India Werkgroep (2016); Made in... De Bilt, artikelen voor de Biltse krant De Vierklank 2013-2014 (2016).
nog geen reacties op “HET HUIS HUILT”

reageer